Kwaadaardige tumoren in hals

De behandeling kan bestaan uit bestraling, uit een operatie, uit chemotherapie (baxters) of een combinatie ervan. Deze brochure heeft tot doel u hierover enkele inlichtingen te geven.
Heelkunde
Hierbij wordt getracht de tumor weg te snijden. Er mag geen stukje tumor achterblijven. Om de kans op genezing zo groot mogelijk te maken moet rond de tumor een aantal cm gezond weefsel mee weg genomen worden.  Ook de  lymfeklieren in de omgeving van de tumor kunnen weggehaald worden . Afhankelijk van de plaats van tumor zal dit weinig tot veel gevolgen hebben.


Bij een halsklierdissectie worden de lymfeklieren van de hals (gedeeltelijk) weggehaald langs de zijde van de tumor. De ingreep duurt 2 – 3 uren, gebeurt onder algemene verdoving. Via een vrij grote insnede in de hals wordt de ingreep uitgevoerd. Na de ingreep worden 1 of 2 slangetjes aangebracht om bloed weg te halen dat zich na  het sluiten van de wonde nog zou vormen. Na 2 of 3 dagen kunnen deze slangetjes verwijderd worden. Dan kan U meestal naar huis. U krijgt bij ontslag een afspraak mee op de hechtingen te verwijderen en de uitslag van het onderzoek van het weggenomen stuk te bespreken.


De gevolgen van de ingreep zijn de volgende:
-    De insnede snijdt de gevoelszenuwen door. Er zal dus een gevoelloosheid van het operatiegebied bestaan. De zenuweinden groeien terug aan, en met de tijd zal deze gevoelloze zone verkleinen.
-    Als gevolg van de wegname van de lymfebanen kan er onderhuidse vochtophoping optreden met zwelling onder de kin, van de hals… Dit fenomeen kan sterker zijn bij als radiotherapie toegediend werd voor de operatie.
In de hals lopen tal van spieren, belangrijke bloedvaten, zenuwen,… De ingreep probeert zoveel mogelijk deze structuren te sparen, maar toch de tumor en het lymfeweefsel allemaal weg te nemen op een manier die de grootste kans op genezing geeft. Daardoor moeten soms gezond weefsel opgeofferd worden. Dit is niet altijd perfect te voorspellen, en wordt door de chirurg tijdens de operatie beslist. De nek kan na de ingreep wat strammer aanvoelen. Zeer delicaat zijn de zenuwen die de monnikskap spier  en de mondhoek doen bewegen.  Wanneer de zenuw naar de monnikskap spier doorgesneden werd, zal de schouder wat afhangen (de arm kan nog perfect bewogen worden).  Als de zenuw naar de mondhoek doorgesneden werd, zal de mondhoek minder meebewegen.
Als de tumor in de buurt of op de stembanden zit, is het nodig het strottenhoofd op te offeren (totale laryngectomie).  Hierdoor verliest u de mogelijkheid te spreken zoals u nu doet.  Er is mogelijkheid via slokdarmspraak of via een spreekknop toch te communiceren, maar deze manieren verschillen van de normale manier van spreken.  Ook wordt er een definitieve opening van de luchtpijp gemaakt boven het borstbeen waarin een buisje zit (canule), en waarlangs u ademt.  Eten en drinken verloopt in een eerste periode na de operatie via een maagsonde, maar zal na enkele weken verder normaal verlopen.
Radiotherapie  is een behandeling waarbij met hoogenergetische röntgenstraling de tumor bestraald wordt.  Het doel is een hoge dosis bestraling te geven aan de tumor en de omliggende, gezonde weefsels zoveel mogelijk te sparen.
Gewoonlijk wordt U 33 tot 35 keer bestraald, eenmaal per dag, niet op feestdagen en niet in het weekend. Dit wil dus zeggen dat een behandeling ongeveer 6 tot 7 weken duurt.
Het is uiterst belangrijk dat U gedurende al deze sessies telkens op dezelfde en op de juiste plaats bestraald wordt, zodat er eerst een voorbereiding dient te gebeuren, de zogenaamde simulatie. Hierbij wordt er vooreerst een masker gemaakt, waarbij een groot stuk plastiek in een warmwaterbad gelegd wordt, zodat deze vervormbaar wordt. U ligt op een bestralingstafel en dit stuk plastiek wordt op uw gezicht en schouders geplaatst en neemt de vorm van uw gezicht en schouders aan. Het stuk plastiek voelt eventjes warm aan, maar koelt snel af en wordt zo weer hard. Dit masker wordt dan aan de tafel vastgemaakt, zodat U Uw hoofd niet meer kunt bewegen. Aansluitend wordt dan een CT scan met contrast gemaakt, zodat het te bestralen gebied perfect in kaart gebracht wordt en we met precisie kunnen berekenen hoeveel dosis er op de tumor, maar ook op de gezonde organen zal worden toegediend. Wanneer de scan genomen is, duidt de arts met lijnen aan waar de bestraling op gericht moet worden en deze lijnen worden op het masker getekend. Deze voorbereiding gebeurt in het Sint Augustinus ziekenhuis (Oosterveldlaan 24, Wilrijk) en duurt ongeveer een half uur tot een uur. Gezien er contrast zal worden toegediend bij de scan, dient U minstens 4 uur nuchter te zijn.
Hierna bepalen de radiotherapeut-oncoloog en de stralingsfysicus samen uw behandeling: de verdeling van de stralingsdosissen, de grootte van de bestralingsvelden, hun aantal en dergelijke. Gezien er thv het hoofd en de hals veel belangrijke organen liggen die zoveel mogelijk gespaard moeten worden, is deze bestraling zeer complex en is er tijd nodig om deze bestraling zo precies mogelijk uit te werken. Dit neemt al gauw 2 weken in beslag.  
De bestraling zelf kan in het AZ Nikolaas gebeuren en duurt maar enkele (max. 10) minuten. U moet daarvoor niet in het ziekenhuis blijven.
U voelt of ziet deze bestraling niet, maar na 2-3 weken zal U wel nevenwerkingen gewaar worden. Deze bijwerkingen verschillen van persoon tot persoon en zijn afhankelijk van de plaats waar U bestraald wordt. De radiotherapeut-oncoloog zal U dit toelichten.
Alle bijwerkingen beginnen geleidelijk en worden erger naarmate de behandeling vordert.  Ze bereiken hun maximale effect op het einde van de bestraling en de eerste week nadien, waarna ze weer verminderen en na enkele weken verdwijnen.
De meest voorkomende nevenwerkingen zijn roodheid van de huid en ontsteking van de slijmvliezen in de mond en keel. Dit laatste kan er voor zorgen dat slikken moeilijk wordt, waarvoor we soms preventief een sonde in de maag plaatsen om U op die manier adequaat te kunnen voeden, indien dit nodig zou blijken (zie verder).
Om al deze nevenwerkingen zo goed mogelijk op te vangen, zal U wekelijks gezien worden door uw behandelende radiotherapeut-oncoloog. Ook de voedingsdeskundige zal U wekelijks zien om U zo goed mogelijk te begeleiden door deze periode.
PEG-sonde (Percutane Endoscopische Gastrostomie)
Wanneer tijdens de bestraling eten via de mond moeilijk wordt, kan voedsel via een sonde toegediend worden. Door goed gevoed te blijven tijdens de ingreep, genees je sneller en voorkom je ondervoeding. Deze sonde wordt geplaatst voor de aanvang van de behandeling.
De ingreep gebeurt op de endoscopie-afdeling, onder verdoving (hetzij een kalmerend middel, maar meestal  onder  volledige verdoving). Met behulp van een kijkinstrument (gastroscoop), via de mond ingevoerd, wordt een goeie plaats gezocht, wordt een gaatje geprikt in de buikwand naar de maag. Een sonde wordt in dit gaatje gestoken. De hele procedure duurt een half uur. Je kan dezelfde dag naar huis. De voedingsverpleegkundige die mee de sonde de plaatst, zal u voor de ingreep en nadien de nodige uitleg geven..
De sonde zit op de huid van uw buik verstopt onder de kledij en  is in het dagelijkse leven niet zichtbaar. De sonde wordt verwijderd wanneer je na het einde van de behandeling voldoende kan eten en drinken op normale wijze.
Poortkatheter
Een poortkatheter is een slangetje in een bloedvat  met een reservoir die onder de huid net onder het sleutelbeen geplaatst wordt. Bloed prikken, het toedienen van de chemotherapie of andere medicatie via de bloedbaan gebeurt via aanprikken van de reservoir, die nauwelijks zichtbaar is (tenzij bij zeer magere mensen). Zo kunnen pijnlijke prikken tot een minimum herleid worden.
De plaatsing gebeurt meestal onder lokale verdoving, van de huid onder het sleutelbeen, soms onder algemene verdoving.
Je kan dezelfde dag het ziekenhuis verlaten. De dokter die de katheter plaatst, zal de nodige uitleg en instructies geven.
De katheter blijft zitten tot 1 jaar na het stoppen van de behandeling.

Inductie-chemotherapie
Inductie-chemotherapie is een toediening van medicatie die tot doel heeft de tumor te verkleinen en zo het succes van een nog volgende behandeling (klassiek chemoradiotherapie) te vergroten.
De medicatie wordt toegediend via de poortkatheter (zie hoger). Je wordt daarvoor opgenomen 1 week in het ziekenhuis om de 3 weken, meestal worden 2 tot maximaal 3 kuren van de chemotherapie gegeven. Het klassieke schema van inductie-chemotherapie is een combinatie van cisplatinum, 5-Fluoro-uracil en ook Taxotere. Bij dit schema treedt er haaruitval op.  Nausea en braken worden goed opgevangen door anti-braakmiddelen,  toegediend via de baxter. Smaakstoornissen en vermoeidheid zijn ook klassieke neveneffecten van deze combinatie. Bloedarmoede, lage witte bloedcellen en lage bloedplaatjes zien we ook vaak tijdens deze chemotherapie. Koorts tijdens deze chemotherapie behoeft een snelle interventie en betekent dringende opname via spoedgevallen voor vocht en ook antibiotica in de baxter.
Na twee kuren chemotherapie wordt een nieuwe CT-scan gemaakt. Zo er een mooi antwoord wordt gezien, geven we de chemotherapie nog 1 kuur verder. Bij een stabiele scan wordt geen derde kuur gegeven, maar wordt overgegaan naar de volgende stap van de behandeling, namelijk chemoradiotherapie.
Chemoradiotherapie
Chemoradiotherapie is de combinatie van radiotherapie met de wekelijkse toediening van het chemotherapeuticum cisplatinum om het effect van de bestraling krachtiger te maken. De medicatie wordt 1x per week toegediend via een poortkatheter (zie hoger) op het oncologisch dagziekenhuis  tijdens de periode dat bestraling gebeurt. Je hoeft niet in het ziekenhuis te blijven.
De chemotherapie heeft omzeggens geen bijwerkingen (geen haaruitval, overgeven,…).
 

Powered by CuteNews